Het ontstaan en de groei van de Budovereniging Elst

De oprichter was de Dhr. Albouts L.C. De budo vereniging startte in April 1961 haar prille bestaan met een judo demonstratie in café Kokkeland. Maar de judo vereniging had nog geen mat om op te judoën en ging die dag bij een transportbedrijf een dekzijl lenen en een paar balen halen bij de boer dat moest dienen als vloerbedekking. Het resultaat van die judo demonstratie was 16 nieuwe leden en daarmee was de budo vereniging opgericht.

Nu nog een echte wedstrijdmat maar daar was geen geld voor. Vervanging werd in een later stadium gevonden in een mat van zeewier ivp de bekende tatamie.

Ideaal was de omgeving (café Kokkeland) om te trainen uiteraard niet. De zaal moest regelmatig op de avonden worden gebruikt voor bruiloften en partijen. Was de zaal wel beschikbaar dan diende het podium (met gesloten gordijnen) als kleedkamer.
Na café Kokkeland hebben wij ook nog in café de Gouden Leeuw getraind.

Een eerste hoogtepunt in de aanvangsperiode was een demonstratie door Anton Geesink, die toen net zijn eerste wereldkampioenschap had behaald.

Gezocht en gevonden werd een andere trainingsruimte in de school aan de Grote Molenstraat. Ook hier waren de omstandigheden verre van ideaal, o.m. door het gebrek aan kleedkamers, wasgelegenheid e.d.. Daarnaast was er het probleem van uitsteeksels en obstakels die bij het vallen en opstaan soms lelijke verwondingen veroorzaakten. De mogelijkheid om door wandbedekking hierin verandering aan te brengen was niet aanwezig.

De zoektocht naar een meer definitieve vestiging had veel voeten in aarde. In overleg met de gemeente Elst werd een stukje grond gehuurd bij de Snodehoek. Hierop werd een houten dojo gebouwd en Spartaans ingericht. Een lening bij de Rabobank gaf wat financiële armslag. De rente en aflossing werd bijeengescharreld o.m door de verkoop van sigaretten en allerlei acties (glazen, loten enz. verkoop).

De vereniging bestond inmiddels al weer 10 jaar en groeide tegen alle verwachtingen in gestaag. Gemeentelijke subsidie werd aangevraagd en toegekend. Hierdoor kwamen er wat meer mogelijkheden om het gebouw beter geschikt te maken voor de lessen.

In 1985 werd er een nieuwe stap vooruit gezet met de komst van Menno Albouts die kickboksen en kempo introduceerde.
Helaas werd in 1986 het gebouw door de gemeente afgekeurd voor sport gebruik. En weer werd er een nieuwe zoektocht gestart naar een passend onderkomen. Deze werd gevonden in de Werenfriedusschool. Daar kwam een ruimte vrij, maar er waren veel verenigingen die er gebruik van wilden maken.
Met grote blijdschap werd het bericht ontvangen van de toenmalige wethouder dat de ruimte aan de budovereniging was toegewezen. Alhoewel, ook hier was het behelpen. Er was een  gebrek aan kleedkamers en wasgelegenheden en er waren wéér aanpassingen nodig. De kosten waren erg hoog, maar hoe dan ook de vereniging sportte en floreerde (150 leden).

Hoe groot de uitdaging qua de behuizing was bleek nog eens extra bij een huldiging van diverse kempoka’s na het behalen van enkele gouden, zilveren en bronzen medailles bij de Nederlandse kampioenschappen. De toenmalige wethouder van Beem vond dit geen plaats voor een dergelijke uitreiking. En tóch was de stemming in de vereniging goed. Ouders van de kinderen toonden steeds meer belangstelling. Aan een provisorische “bar” werd voor een bescheiden bijdrage een kopje koffie geserveerd, dat ten goede kwam aan de vereniging. Veel werk en weinig baten voor de vereniging.

In die tijd werd er een grote clubactie georganiseerd om de steeds stijgende kosten van de vereniging het hoofd te bieden. Deze actie was zeer geslaagd. Van de opbrengst werd een heuse judomat van 110 m2 gekocht.

In 1990 was er weer sprake van een verhuizing. In sporthal “de Helster” werd een mooie ruimte gecreëerd. Na allerlei optrekjes en afdankertjes nu eindelijk, na 29 jaar, in een echte sporthal.

Toch na enige tijd (het houdt niet op!) ontstaat ook hier weer ruimtegebrek. Ja, wat wil je met een vereniging die als maar groeit. Soms tegen de verdrukking in.

De nu reeds meer dan 300 leden tellende vereniging moet haar eigen eisen stellen. De moderne tijd vraagt nu eenmaal een in de tijd passende accommodatie. Zij moet de gelegenheid bieden aan ouders en publiek om de wedstrijden mee te kunnen beleven en ruimte hebben voor het introduceren van nieuwe sportvormen.

De te verwachte groei naar 400 en meer veelal jeugdigde leden, is geen droom, naar zal op een zeer korte termijn gerealiseerd worden. Voorwaarde is echter wel dat het bestuur haar leden en aanhang in een volwaardige accommodatie kan ontvangen en kan werken met moderne aangepaste apparatuur. Hiervoor is onder meer een krachtsportruimte onontbeerlijk.